Colunm Marco Hagmolen
Overdinkel: waar verenigingen het dorp dragen
Wie Overdinkel kent, weet: dit dorp leeft niet alleen tussen de huizen, maar vooral tussen de mensen. In de kleedkamer na de training. In het buurthuis waar koffie net zo belangrijk is als de agenda. Op het sportveld, bij de harmonie, in de carnavalsloods, bij de kaartclub, de jeugdactiviteiten, de koningsspelen, de kerkelijke groepen en alles wat daar omheen beweegt. Het zijn onze verenigingen die het dorp bij elkaar houden vaak gedragen door vrijwilligers die niet op de voorgrond willen, maar wel het verschil maken.
En precies daar ligt onze kracht én onze opdracht. Want verenigingen zijn meer dan hobby: ze zijn een vangnet tegen eenzaamheid, een leerschool voor jongeren, een plek waar nieuwkomers zich thuis voelen en waar mensen met ideeën ruimte krijgen om mee te doen. Dat past bij de CDA-gedachte: samen verantwoordelijkheid nemen, omzien naar elkaar, en bouwen aan een samenleving die niet draait om “ik”, maar om “wij”.
De mogelijkheden in Overdinkel zijn groot en groter dan we soms zelf zien. Denk aan samenwerking tussen clubs: sport en cultuur samen in activiteitenweken, scholen die vaker aansluiten bij verenigingen, ouderen die hun kennis doorgeven als coach, organisator of mentor. Denk aan verduurzaming van accommodaties: LED-verlichting, isolatie, slimmer energiegebruik. Dat is rentmeesterschap: zorgvuldig omgaan met wat we hebben, zodat het ook morgen nog kan.
Maar dat gaat niet vanzelf. Verenigingen hebben behoefte aan praktische ondersteuning: minder papierwerk, heldere subsidies, hulp bij vrijwilligerswerving, betaalbare ruimtes, en een gemeente die meedenkt in plaats van afvinkt. Niet alles hoeft groter; soms is het al winst als het makkelijker wordt.
Laten we daarom het verenigingsleven blijven zien als wat het is: het kloppend hart van Overdinkel. Wie daarin investeert, investeert niet alleen in activiteiten, maar in verbondenheid. En juist in deze tijd is dat misschien wel onze belangrijkste rijkdom.
