CDA-fracties in Noordoost-Twente slaan alarm over uitvoerbaarheid stikstofplannen

De CDA-fracties van Dinkelland, Tubbergen, Losser en Oldenzaal erkennen de opgaven op het gebied van natuurherstel, waterkwaliteit en een toekomstbestendige landbouw. Tegelijkertijd zijn wij ervan overtuigd dat de generieke maatregelen voor Noordoost-Twente niet uitvoerbaar zijn en geen realistisch perspectief bieden voor natuur, ondernemers, leefbaarheid en onze inwoners. Een gebiedsgerichte aanpak is wat ons betreft de enige route die recht doet aan de werkelijkheid van ons gebied.

Juist daarom maken wij ons zorgen over de huidige situatie. Zorgen die wij eerder ook hebben geuit en gelet op de impact nogmaals onder aandacht brengen. De instrumenten die nodig zijn om een gebiedsgerichte aanpak daadwerkelijk vorm te geven, ontbreken grotendeels nog. Zolang er geen voldoende gevulde, juridisch geborgde en financieel haalbare toolbox beschikbaar is, ontbreekt de basis om de verantwoordelijkheid voor deze opgave daadwerkelijk in het gebied neer te leggen.

Daarom formuleren wij in deze brief ‘zes kritische factoren voor een gebiedsgerichte aanpak met maatwerk’ die noodzakelijke aandacht vragen van provincie en landelijke overheid. Wij vragen expliciet aandacht voor deze kritische factoren, zodat de mogelijkheid ontstaat om samen met inwoners, ondernemers, gemeenten, provincie en natuurorganisaties te werken aan een uitvoerbare en toekomstbestendige gebiedsaanpak voor Noordoost-Twente.

De kritische factoren die een succesvolle gebiedsaanpak in de weg staan
Om tot een uitvoerbaar en realistisch provinciaal plan te komen, toegespitst op de regio en de individuele N2000 gebieden, hebben wij oprecht grote zorgen. De zorgen vormen een bedreiging voor een gebiedsgerichte aanpak door vast te lopen in juridische onzekerheid, gebrek aan draagvlak en beperkte uitvoerbaarheid. Daarom vragen wij aandacht voor de volgende punten:

1. Onvoldoende ruimte voor maatwerk en realistische doelen
Een gebiedsgerichte aanpak slaagt alleen wanneer alle beschikbare opties daadwerkelijk (en op een financieel haalbare manier) kunnen worden ingezet. Een brede, juridisch houdbare én financieel haalbare toolbox met reductiemogelijkheden is noodzakelijk. Daarnaast moet deze toolbox op korte termijn daadwerkelijk beschikbaar zijn, zodat maatregelen ook kunnen worden meegenomen in de gebiedsplannen. Onze zorg is dat deze toolbox onvoldoende gevuld is of onvoldoende zekerheid biedt om daadwerkelijk met effectiviteit en borging de gestelde doelen te realiseren.

2. Onduidelijkheid voor ondernemers over hun vergunningen
PAS-melders en interimmers moeten snel duidelijkheid krijgen. Onze zorg is dat bestaande situaties niet tijdig (aan het begin van het proces) gelegaliseerd worden dan wel vergund worden. Alleen met duidelijkheid ontstaat het vertrouwen dat nodig is om gezamenlijk aan toekomstbestendige oplossingen te werken.

3. Juridische kaders moeten voldoende ruimte bieden voor oplossingen
De Kritische Depositiewaarde (KDW) wordt conform de plannen uit de wetgeving gehaald. Onze zorg is dat deze KDW wel in de vergunningverlening overeind blijft en daarmee als juridisch toetsingskader dient. De focus moet wat ons betreft verschuiven naar feitelijke verbetering van natuurkwaliteit, gebaseerd op objectieve beoordeling van de staat van de natuur, meetbare resultaten en een juridisch houdbaar systeem dat perspectief biedt aan ondernemers, inwoners en andere maatschappelijke ontwikkelingen.

4. Werkbare vergunningverlening
Een rekenkundige ondergrens voorkomt dat zeer geringe theoretische effecten leiden tot langdurige procedures, juridische discussies en verdere stagnatie van vergunningverlening. Hierdoor blijft de aandacht gericht op maatregelen die daadwerkelijk effect hebben op natuur en leefomgeving. Onze kritische factor is dat de generieke maatregelen van kracht wordt alvorens juridisch geborgd is dat dat de rekenkundige ondergrens houdbaar is.

5. De menselijke maat centraal
Beleid moet worden beoordeeld op doelen en op gevolgen voor gezinnen, familiebedrijven, buurtschappen en dorpen. Gevolgen voor ondernemers die al generaties aan ons landschap zijn verbonden. Onze kritische factor is dat objecten of modelberekeningen leidend zijn waarbij de habitat ‘mens’ onvoldoende wordt meegewogen. Beleid moet niet alleen worden beoordeeld op het behalen van doelen, maar ook op de gevolgen voor de mensen die ermee moeten leven en werken.

6. Generieke koppeling tussen fosfaatrechten en ammoniakemissie is disproportioneel
De voorgestelde koppeling tussen fosfaatrechten en ammoniakemissie wordt ingezet als generiek instrument om ammoniakreductie af te dwingen. Zolang juridisch geborgde, financieel haalbare en praktisch toepasbare maatregelen onvoldoende beschikbaar zijn, leidt deze koppeling tot een onevenredig zware belasting voor ondernemers. Daarbij komt dat de bestaande afroming van fosfaatrechten en de verwachte juridische gevolgen van toekomstige verplaatsing of handel in rechten de ontwikkelmogelijkheden van bedrijven verder beperken. Onze kritische factor is dat daarmee het agrarisch ondernemerschap onevenredig in de knel komt. Laat ondernemers eerst gebruikmaken van een goed gevulde toolbox met effectieve reductiemaatregelen. Pas wanneer aantoonbaar blijkt dat doelstellingen op andere wijze niet gehaald kunnen worden, kan worden gesproken over aanvullende instrumenten.

Kansen én uitdagingen
Wij zien kansen om als regio zelf invulling te geven aan de opgaven die voor ons liggen. Tegelijkertijd constateren wij dat de tijd die beschikbaar is voor het uitwerken van een breed gedragen provinciaal plan, toegespitst op de regio, en de individuele N2000 gebieden, zeer beperkt is.

De vraagstukken die spelen zijn omvangrijk en raken meerdere beleidsterreinen tegelijk. Naast stikstof spelen ook de gevolgen van de Europese Natuurherstelverordening en de Kaderrichtlijn Water de komende jaren een grote rol. Het is op dit moment nog onvoldoende duidelijk hoe deze opgaven zich tot elkaar verhouden en hoe zij gedurende het proces zullen worden meegenomen.

Noordoost-Twente kent een sterke verwevenheid van landbouw, natuur, recreatie en leefbaarheid. Juist deze balans heeft het karakter van onze regio gevormd. Veranderingen binnen één onderdeel hebben directe gevolgen voor de andere, dat maakt generieke maatregelen vaak onwerkbaar. Dat vraagt om een aanpak die rekening houdt met de samenhang van het gebied als geheel.

De ligging aan de Duitse grens beperkt de mogelijkheden die binnen de generieke afstandsnormen van 25 km worden verondersteld, voor het behalen van de GVE norm van 2,6 GVE/ha. Ook zijn er gebieden waar landelijke uitgangspunten praktisch nauwelijks haalbaar zijn door de beperkte aanwezigheid van akkerbouwgrond en de bestaande grondstructuur, zoals in Noordoost-Twente.

Daarnaast zorgen bestuurlijke onzekerheden op provinciaal niveau voor extra uitdagingen in een proces waarin snelheid en duidelijkheid juist essentieel zijn, ook gezien de komende provinciale verkiezing. Dat mag echter geen reden zijn om stil te blijven staan. De opgaven vragen om samenwerking, bestuurlijke moed en duidelijke keuzes. Wij hebben vertrouwen dat Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten, samen met gemeenten en gebiedspartners, deze verantwoordelijkheid oppakken en de ruimte benutten om te komen tot een gebiedsgerichte aanpak die recht doet aan de unieke kenmerken van Noordoost-Twente.

Casussen uit Noordoost-Twente
Beleid wordt uiteindelijk niet getoetst op papier, maar in de praktijk. Daarom zijn wij in gesprek gegaan met diverse agrarische ondernemers uit Noordoost-Twente om op basis van hun bedrijfsgegevens inzichtelijk te maken wat de gevolgen zijn van de voorgenomen maatregelen voor hun bedrijfsvoering. Samen met deze ondernemers hebben wij een voorbeeldberekening die laat zien hoe de voorgestelde plannen uitwerken voor representatieve bedrijven in onze regio. Hierbij hebben wij alleen gekeken naar de technische en juridische gevolgen, niet uit te rekenen maar onmiskenbaar belangrijk is ook de impact op ondernemers, gezinnen, investeringen, bedrijfsontwikkeling en de leefbaarheid van onze dorpen en buurtschappen. 

Het doel van deze praktijkanalyse is om de discussie te verrijken met een concreet voorbeeld uit Noordoost-Twente. Zo ontstaat een beter beeld van de uitvoerbaarheid van de voorgestelde maatregelen binnen de specifieke kenmerken van onze regio en kunnen beleidskeuzes worden getoetst aan de dagelijkse werkelijkheid.

Wij zullen de berekeningen ook delen met betrokken bestuurders en beleidsmakers en vervolgens breder beschikbaar stellen om het gesprek over een gebiedsgerichte aanpak verder te ondersteunen.

Samen verder
De uitdagingen raken niet alleen bedrijven en natuur, maar vooral mensen. Achter ieder agrarisch bedrijf staan gezinnen, families en medewerkers die hun toekomst proberen vorm te geven. Achter iedere beleidskeuze staan ondernemers die willen investeren, jonge boeren die verder willen en inwoners die zich verbonden voelen met hun dorp, buurtschap en landschap. Daarom moet de menselijke maat centraal blijven staan. Niet door oneliners te roepen of problemen te ontkennen, maar door oplossingen te zoeken die uitvoerbaar, begrijpelijk en rechtvaardig zijn.

Met deze brief schetsen wij zes kritische factoren die wat ons betreft noodzakelijke aandacht vragen om te komen tot een succesvolle gebiedsgerichte aanpak. Het is nu aan Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en het Rijk om de ruimte, duidelijkheid en juridische voorwaarden te creëren die nodig zijn om deze uitgangspunten in de praktijk mogelijk te maken. Wij verzoeken dan ook om deze zorgen en de impact op Noordoost-Twente nadrukkelijk onder de aandacht te brengen van de minister.

Deze brief is geen eindpunt, maar een startpunt. De toekomst van ons buitengebied vraagt om samenwerking over partijgrenzen heen. Alleen door samen op te trekken kunnen we werken aan oplossingen die niet alleen juridisch houdbaar zijn, maar ook perspectief bieden aan de mensen die in ons gebied wonen, werken en ondernemen. Zo houden we Noordoost-Twente sterk, leefbaar en toekomstbestendig voor huidige én toekomstige generaties.

Met vriendelijke groeten,
CDA Noordoost-Twente
Ruben ter Braak 06 – 1080 8242, Luc Westerhof 06 – 5051 4696
Karin Meijer, Rick Bos, Jeannette Paus-Weersink, Marc Smellink, Nick Nieuwe Weme,
Arie Mentink, Chiel Mensink, Gerard Spekhorst, Miranda Nolten-Westerhof